Praktijk Marjan Groen Pedagoge

Begeleiding ouder en kind, niet morgen maar nu!

faalangst

'Als ik een toets moet maken, woedt er een storm door m'n hersenen'

Buikpijn, zweten, misselijkheid en hoofdpijn bij bijvoorbeeld het maken van een toets… 'faalangst' Faalangst is angst die ontstaat als je iets moet presteren.. Faalangst is normaal en komt veel voor. Iedereen kan zich er wel wat bij voorstellen, want het komt bij iedereen voor. Als je er veel last van hebt haal je soms slechte cijfers. Ongeveer tien procent van de leerlingen heeft last van faalangst. Met faalangst bedoelen we niet de "normale" angst die iedereen kent en ook nodig heeft om dingen te presteren en te durven.. Een beetje spanning is goed want het maakt je alerter. Maar angst kan ook zo groot zijn dat het je helemaal blokkeert. Het zorgt ervoor dat je niet meer helder kunt denken: je geheugen loopt vast of je gooit alles door elkaar, je denken wordt chaotisch of je klapt volledig dicht. De angst kan dan zo groot zijn dat je niet meer goed kunt functioneren. Deze angst noemen we faalangst. Je zou het liefst willen vluchten, onzichtbaar willen zijn als je een vraag moet beantwoorden of een spreekbeurt moet houden. Je weet dat dit niet mogelijk is, je kunt niets aan de situatie veranderen en de spanning wordt steeds groter. Een kind omschreef het eens 'als een storm die door m'n hersenen woedt'. Deze zin beschrijft heel goed wat je voelt als je last hebt van faalangst.

De reacties op faalangst kunnen zijn:

-In je lichaam: Iedereen heeft wel een zwakke plek waar de spanning zich uit; buikpijn, hoofdpijn, hartkloppingen, zweten, of zuchten. Het kunnen allemaal uitingen zijn van faalangst;

·In je hoofd: Je kunt niet meer goed denken of helemaal niet meer denken. Dit noemt men dan een 'black- out'. Na de toets verdwijnt dit gevoel weer en weet je alles weer, waar je tijdens de toets maar niet op kon komen. Van tevoren ben je al negatief over je prestaties; je denkt dat het toch niet zal lukken.

-Je manier van werken: Je bent onrustig en kunt niet doorwerken. Je gedachten dwalen ook vaak af.

Faalangst heb je niet altijd en bij elk vak. Het kan voorkomen dat je alleen last hebt van faalangst bij het vak wiskunde. Bij b.v. Frans ga je met veel plezier aan het werk. Het is niet gek dat faalangst vooral op school voorkomt. Op school moet je veel opdrachten maken en word je vaak beoordeeld.

DRIE SOORTEN FAALANGST

Faalangst ontstaat als je verplicht bent aan een opdracht te voldoen waar je je niet zeker over voelt. Er zijn drie soorten faalangst:

  • Motorische faalangst ("M'n benen lijken wel van lood") Er zijn kinderen die heel angstig worden bij vakken als tekenen, handvaardigheid en gym. Je ziet er vreselijk tegenop om iets met je lijf te moeten doen Je zou de oefening wel kunnen maar je verkrampt en het lukt niet meer.
  • Sociale faalangst ("Ik ben bang dat ze me uit zullen lachen") Kinderen trekken op school de hele dag met elkaar op, grotendeels in groepsverband. Voor de een is dat heerlijk, voor de ander een ramp. Je wilt allemaal bij een groep horen maar ook niet te veel opvallen. Als je faalangstig bent vind je de school geen rustige, veilige plek Je bent bang dat je niet aardig wordt gevonden. Je vindt jezelf niets waard en bent bang dat anderen je dom vinden. Sommige kinderen trekken zich terug en hebben daardoor weinig contact met andere. Ook drukke nerveuze kinderen kunnen faalangstig zijn..
  • Cognitieve faalangst ("ik behoor deze taak te kunnen, maar...") Deze vorm van faalangst slaat voornamelijk op opdrachten die te maken hebben met de vakken op school, waar je een cijfer voor krijgt. Als de leerkracht nieuwe leerstof aankondigt, kun je al last krijgen van klamme handen, hoofdpijn, buikpijn etc. Je kan je niet goed concentreren waardoor je de uitleg niet meer kan volgen. Je bent bang dat je het weer niet zal snappen. Als je weet dat je over deze stof een toets krijgt slaat de faalangst weer toe. .

Tips voor de ouders:

  • Ouders spelen vaak ook een rol in het ontstaan van faalangst. Veel kinderen krijgen onbedoeld prestatieboodschappen mee. Hoe kunt u hen helpen?
  • Geef even veel aandacht aan de inspanningen van uw kind ("Goed geprobeerd") als aan het resultaat.
  • Verwacht niet meer van uw kind dan wat hij aankan.
  • Zorg voor evenwicht tussen inspanning(huiswerk) en ontspanning(sport, muziek luisteren).
  • Ga niet in op het vluchtgedrag van uw kind ("Ik wil niet naar school"). Door toe te geven, geeft u hem niet de kans te leren omgaan met stress en mislukking.
  • Probeer rustig te blijven. Je kunt je kind helpen met het huiswerk maar neem het werk niet over.
  • Leer uw kind het huiswerk te verdelen over meerdere dagen en niet alles op het laatste moment te doen.

Als er dan toch problemen blijven?

MARJAN GROEN, PEDAGOGE

Voor meer informatie:

neem contact op met Marjan Groen [klik hier]